Ergo Pers Home

 

 
         

 

 

   
   

De groep Cercle et Carré.v an links naar rechts Francisca Clausen, Florence Henri, de echtgenote van Torres-Garcia, Joaquin Torres-Garcia, Piet Mondrian, Hans Arp, Pierre Daura, Marcelle Cahn, Sophie Taeuber, Michel Seuphor, Friedrich Vordemberge-Gildewart, Vera Idelson, Luigi Russolo, Nina Kandinsky, Georges Vantongerlo, Wassily Kandinsky en Jean Gorin (afbeelding uit Michel Seuphor ed., Cercle et Carré, Parijs: Pierre Belfond. 1971).

 

   
       
   

 

Cercle et Carré

 

   
   

Cercle et Carré was een in 1929 in Parijs gestichte internationale kunstenaarsgroepering. De groepering werd opgericht Michel Seuphor en de Uruguayaanse schilder Joaquín Torres García. Zij wilden met een eigen tijdschrift Cercle et Carré, de constructivistische kunstenaars verenigen.
Cercle et Carré moedigde de ontwikkeling van de abstracte kunst aan en organiseerde de eenmalige tentoonstelling in 1930 Galerie 23 in de Rue la Boétie. Er waren 130 kunstwerken te zien van 46 kunstenaars.


Seuphor speelde een belangrijke rol in de oprichting van Cercle et Carré. Vanaf het begin van 1929 tot eind 1930 woont Seuphor te Vanves. Daar maakt hij kennis met de schilder Joaquín Torres-García. In zijn woning vinden regelmatig ontmoetingen plaats tussen een aantal kunstenaars waaronder Mondrian, Vantongerloo, Daura, Russolo en Arp. Cercle et Carré wilde het hoofd bieden aan de alomtegenwoordigheid van de surrealisten, en moedigde de ontwikkeling van de abstracte kunst aan. Onder leiding van Seuphor en Torres-Garcia werd van 18 april tot 1 mei 1930 de eerste tentoonstelling over abstracte kunst ingericht in Galerie 23 in de Rue la Boétie. Het was de eerste en enige tentoonstelling van de groep. Deelnemers waren: Hans Arp, Willi Baumeister, Ingibjoerg Bjarnason, Carl Buchheister, Marcelle Cahn, Francisca Clausen, Jaime A. Colson, German Cueto, Serge Charchoune, Pierre Daura, Alexandra Exter, Luigi Fillia, Francois Foltyn (=Frantisek Foltýn), Jean Gorin, Wanda Chodasiewicz-Grabowska, Florence Henri, Huib Hoste, Vilmoz Huszár, Véra Idelson, Wassilyn Kandinsky, Luc Lafnet, Le Corbusier, Fernand Léger, Oscar Luethy, Piet Mondriaan (aangegeven met M), Stefan Moszcynski, Erik Olson, Amédée Ozenfant, Antoine Pevsner, Enrico Prampolini, Luigi Russolo, Alberto Sartoris, Kurt Schwitters, Henri Stazewski, Nechama Szmuszkowicz, Joseph Stella, Hans Suschny, Sophie Taeuber-Arp, Joachim Torres-Garcia, Vordemberge-Gildewart, Adya en Otto van Rees, Georges Vantongerloo, Hans Welti, Hendrik Werkman en Wanda Wolski.
Tijdens de laatste avond van de tentoonstelling geeft Seuphor een conferentie over la poétique nouvelle. Hij brengt er musique verbal begeleid door Russolo op de Russolofoon.

 

 

Cercle et Carré Logo.png
Cercle et Carré logo,ontworpen
door Pierre Daura in 1929[7]

 

 

Joaquín Torres García
Joaquín Torres-García

Luigi Russolo bespeelt de Russolofoon (1930)

 

De beweging werd reeds in de zomer van 1930 opgeheven. Een van de oorzaken van de geringe bijval die de groep, zowel in de pers als onder kunstenaars, kreeg was een hooglopend meningsverschil tussen Piet Mondriaan en Theo van Doesburg. Van Doesburg had zich niet aangesloten, maar had als reactie, eveneens in 1930, juist een nieuw blad opgericht met Jean Hélion: de revue Art Concret.
Ook de tentoonstelling Cercle et Carré, met een honderddertigtal werken van meer dan veertig kunstenaars waaronder Arp, Baumeister, Gorin, Kandinsky, Le Corbusier, Léger, Mondriaan, Pevsner, Schwitters, Torrès-Garcia, Vantongerloo en Sophie Taeuber, kende geen succes. Seuphor vertelde later niet zonder ironie dat de tentoonstelling slechts één bezoeker had, Pablo Picasso. Hij woonde in hetzelfde gebouw.
Cercle et Carré werd in februari 1931 opgevolgd door Abstraction-Création. De meeste kunstenaars van Cercle et Carré sloten zich aan bij Abstraction-Création. Maar Torres García zette het tijdschrift Cercle et Carré verder in Montevideo in Uruguay. Daar zouden nog acht nummers verschijnen tussen 1936 en 1943. Het laatste nummer (8, 9, 10) verscheen in september 1943.

 

 

Aan de arm van Michel Seuphor Ingibjörg H. Bjarnason, achter haar Piet Mondrian, schuin voor haar Torres Garcia.

 

Het tijdschrift Cercle et Carré

 

   
Het tijdschrift Cercle et Carré kent drie afleveringen. Het logo wordt ontworpen door de schilder Daura.
Het eerste nummer van het tijdschrift Cercle et Carré, Pour La Défense D'Une Architecture verscheen op 15 maart 1930. Het bevatte werk van Michel Seuphor, Joaquin Torres-Garcia, Adya Van Rees, César Domela-Nieuwenhuis, L. Hoyack, Jan Brzekowski, Pierre Daura, Piet Mondrian, Friedrich Vordemberge-Gildewart, Fernand Léger, Véra Idelson, Wassily Kandinsky, M. Olombel, Ozenfant, Enrico Prampolini, Luigi Russolo, Alberto Sartoris, Kurt Schwitters, Henri Stazewski, Georges Vantongerloo, Fillia, Rattner, E. Jacques Dalcroze, Hans Arp, Otto Van Rees, Alexandra Exter, H.N. Werkman, Antoine Pevsner, Frères Luckhardt en Anker. Dit eerste nummer wordt op ongeveer 1200 exemplaren gedrukt en is vrij snel uitverkocht.

Cercle et Carré
Pour La Défense D'Une Architecture / No. 1 (15 maart 1930)

Michel Seuphor, Joaquin Torres-Garcia, Adya Van Rees, César Domela-Nieuwenhuis, L. Hoyack, Jan Brzekowski, Pierre Daura, Piet Mondrian, Friedrich Vordemberge-Gildewart, Fernand Léger, Véra Idelson, Wassily Kandinsky, M. Olombel, Ozenfant, Enrico Prampolini, Luigi Russolo, Alberto Sartoris, Kurt Schwitters, Henri Stazewski, Georges Vantongerloo, Fillia, Rattner, E. Jacques Dalcroze, Hans Arp, Otto Van Rees, Alexandra Exter, H.N. Werkman, Antoine Pevsner, Frères Luckhardt en Anker.

Inhoud
Essays Pour La Défense D'Une Architecture, door Michel Seuphor; "Vouloir Construire," door Juan Torrés-Garcia. Verklaringen van Adya Van Rees, César Domela-Nieuwenhuis, L. Hoyack, Jan Brzekowski, Pierre Daura, Piet Mondrian, Friedrich Vordemberge-Gildewart, Fernand Léger, Véra Idelson, Wassily Kandinsky, M. Olombel, Ozenfant, Enrico Prampolini, Luigi Russolo, Alberto Sartoris, Kurt Schwitters, Henri Stazewski, Georges Vantongerloo, Fillia, Rattner, E. Jacques Dalcroze. Afbeeldingen van Piet Mondrian, Otto Van Rees, Alexandra Exter, H.N. Werkman, Antoine Pevsner, en de broers Luckhardt en Anker.


  Cercle et Carré
Pour La Défense D'Une Architecture / No. 1 (15 maart 1930)
Het tweede nummer van Cercle et Carré verscheen samen met de internationale tentoonstelling met werk van de leden van Cercle et Carré in Galerie 23, Parijs (18 april-1 mei1930).

Cercle et Carré
L'Art Réalist et L'Art Superréaliste (La Morphoplastique et La Néoplastique) / No. 2 (15 april 1930)

Michel Seuphor, Hans Arp, Willi Baumeister, Ingibjoerg H. Bjarnason, Carl Buchheister, Marcelle Cahn, Francisca Clausen, Jaime A. Colson, German Cueto, Serge Charchoune, Pierre Daura, Alexandra Exter, Fillia, François Foltyn, J.A. Gorin, Chodasiewicz-Grabowska, Huib Hoste, Vilmoz Huszar, Véra Idelson, Wassily Kandinsky, Luc Lafnet, Le Corbusier, Fernand Leger, Oscar Luethy, Piet Mondrian, Michel Seuphor, Stefan Moszcznski, Erik Olson, Amédée Ozenfant, Antoine Pevsner, Enrico Prampolini, Luigi Russolo, Alberto Sartoris, Kurt Schwitters, Henri Stazewski, Nechama Szmuszkowicz, Stella, Hans Suschny, Sophie Taeuber-Arp, Joachim Torrés-Garcia, Friedrich Vordemberge-Gildewart, Adya Van Rees, Otto Van Rees, Georges Vantongerloo, Hans Welti, H.N. Werkman, Wanda Wolska en Joaquin Torres-Garcia.

Inhoud
Editorial, door Michel Seuphor;Essays L'Art Réalist et L'Art Superréaliste (La Morphoplastique et La Néoplastique) door Piet Mondrian; Problèmes du Theatre Moderne, door Véra Idelson; verklaringen door Otto Freundlich, Xcéron, Bufano en J.A. Gorin; Plastique D'Art (S=L2 V=L3), door Georges Vantongerloo; Textual, door Michel Seuphor; Faire La Peinture Nouvelle, door Michel Seuphor; brieven van Amédée Ozenfant, Georges Vantergerloo, Hannes Meyer en Willi Baumeister. Kunstenaars onder andere Hans Arp, Willi Baumeister, Ingibjoerg H. Bjarnason, Carl Buchheister, Marcelle Cahn, Francisca Clausen, Jaime A. Colson, German Cueto, Serge Charchoune, Pierre Daura, Alexandra Exter, Fillia, François Foltyn, J.A. Gorin, Chodasiewicz-Grabowska, Huib Hoste, Vilmoz Huszar, Véra Idelson, Wassily Kandinsky, Luc Lafnet, Le Corbusier, Fernand Leger, Oscar Luethy, Piet Mondrian, Michel Seuphor, Stefan Moszcznski, Erik Olson, Amédée Ozenfant, Antoine Pevsner, Enrico Prampolini, Luigi Russolo, Alberto Sartoris, Kurt Schwitters, Henri Stazewski, Nechama Szmuszkowicz, Stella, Hans Suschny, Sophie Taeuber-Arp, Joachim Torrés-Garcia, Friedrich Vordemberge-Gildewart, Adya Van Rees, Otto Van Rees, Georges Vantongerloo, Hans Welti, H.N. Werkman en Wanda Wolska.

 

 

Cercle et Carré
Poétique Nouvelle / No. 3 (June 30, 1930)

Michel Seuphor, J.A. Gorin, Le Corbusier, Dr. Adolf Behne, Hans Richter, Raoul Hausmann, Eugen Deslaw, Jan Brzekowski, Walter Gropius, W.C. Behrendt, Georges Vantongerloo

Essays Poétique Nouvelle, door Michel Seuphor; La Fonction Plastique Dans L'Architecture Future, door J.A. Gorin; Architecture et Urbanisme en Tout, door Le Corbusier; Réflexions sur L'Architecture, door Dr. Adolf Behne; Le Cinéma: L'Objet en Mouvement, door Hans Richter; Crépuscule du Film, door Raoul Hausmann; Cinéma Abstrait, door Eugen Deslaw; Petit Scénario Pour Amateurs, door Michel Seuphor; Pour Le Film Abstrait, door Jan Brzekowski; Notices. Verkleringen door Walter Gropius, W.C. Behrendt en Georges Vantongerloo.

 

 

 

 

 
   
   
Piet Mondriaan, 1942 - Broadway Boogie Woogie

Piet Mondrian (1872–1944), Broadway Boogie Woogie, 1942 -1943, Museum of Modern Art, New York

 

 
   

[1] Bron:

 

Torres-Garcia, Joaquin. "Circulo y Cuadrado" (PDF). http://www.periodicas.edu.uy.

"Tate – Glossary – Cercle et Carré (Circle and Square)". Retrieved 19 Mar 2012.

Marie-Aline Prat: Contribution aux archives de l'art abstrait en France : le groupe et la revue "Cercle et Carré", Parijs (1980)

Michel Seuphor, Hubert Juin: Cercle et carré : 1930, Parijs (1977) Ed. Jean-Michel Place

Gottfried Honegger, Dölf Hürlimann: Hommage à cercle et carré, Zürich (1964), Dölf Hürlimann

Michel Seuphor en Suzanne Prasse in Anduze, Le Mas Blanc of La Maison Claire